
Stress en mishandeling
Uit vakliteratuur blijkt dat het transport van dieren naar de slachthuizen gepaard gaat met veel stress. In vrachtwagens die tot 205 varkens kunnen bevatten, worden dag en nacht dieren aangevoerd vanuit varkensmesterijen. Voorafgaande aan het transport moeten de varkens 12 tot 18 uur vasten om mestproductie en salmonellabesmettingen op de vrachtwagens en in het slachthuis te beperken. [8]
De dieren hebben hun leven doorgebracht in een hok en worden bij het transport en in het slachthuis geconfronteerd met onbekende omstandigheden en nieuwe soortgenoten (uit verschillende hokken en uit verschillende bedrijven). Varkens zijn gewend aan roostervloeren in de stal en voelen zich niet op hun gemak wanneer ze zich over de gladdere vloeren van vrachtwagens en laadbruggen moeten bewegen. Regelmatig komt het voor dat varkens uitglijden en vallen. [9]
Ook werd in studies agressief gedrag vastgesteld bij varkens tijdens transport, vooral wanneer dieren die elkaar niet kennen samen vervoerd worden. In de vrachtwagens hebben sociaal zwakkere dieren geen ruimte om dominante dieren te ontwijken. De dieren lopen bij deze confrontaties schrammen en bijtwonden op. Bewegingen van de vrachtwagen, plotseling remmen, scherpe bochten en hoge snelheden leiden eveneens tot stress, valpartijen en verwondingen. [10]
In de zomermaanden is het risico op hittestress bij varkens op transport groot. Het nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen verbiedt het vervoer van varkens bij temperaturen boven 35 graden. [11] Maar volgens deskundigen kunnen de dieren reeds hittestress ervaren vanaf temperaturen van 25 tot 27 graden, waarbij ze sterk gaan hijgen om wat warmte kwijt te raken. Normalerwijze proberen varkens bij warm weer contact met elkaar te vermijden, en gaan ze languit uitgestrekt op de vloer liggen om verkoeling te zoeken. [12] Deze mogelijkheden hebben ze niet in de vrachtwagens. Vaak moeten vrachtwagens bij aankomst in de slachthuizen nog aanschuiven om gelost te worden, waardoor de dieren soms meerdere uren doorbrengen in de verhitte laadruimtes. Ernstige hittestress kan leiden tot hartfalen en sterfte. [13]
Bij aankomst in het slachthuis worden de varkens uit de vrachtwagens gejaagd met klappers die lawaai maken. Het opjagen van varkens door hen bang te maken kan op geen enkele manier diervriendelijk genoemd worden. Continu lawaai maken met klappers, snelle bewegingen, en ook roepen en in de handen klappen, leidt tot stress bij de varkens. Ze raken geëxciteerd maar hebben in het slachthuis geen mogelijkheid om vluchtgedrag te vertonen. Soms kunnen varkens zelfs letterlijk verstijven van angst, en weigeren ze zich nog voort te bewegen. De klappers worden bovendien voornamelijk gebruikt om dieren te slaan. [14]
Wetenschappelijk onderzoek van WUR (Wageningen University & Research) geeft aan dat de hartslag van varkens sterk stijgt bij het laden en lossen van vrachtwagens, wat wijst op een hoge mate van stress (15). Het slaan met opdrijfmiddelen leidt tot kneuzingen bij de varkens. Uit histologisch onderzoek in slachthuizen blijkt dat meer dan 90% van de kneuzingen die aangetroffen worden op varkenskarkassen ontstaan is in de uren voor de slacht, ten gevolge van het opdrijven voor transport en in het slachthuis. [16]
Ook de confrontatie met onbekende soortgenoten in het slachthuis is een stressfactor. Mede omdat de dieren tijdens transport en verblijf in de slachterij al uit hun normale doen zijn, en ze weinig ruimte hebben om confrontaties te ontlopen, leidt dit tot een aanzienlijke mate van stress. Wanneer varkens die elkaar niet kennen samen ondergebracht worden in een wachthok, leidt dit tot onrust en vechten, omdat dan de rangorde opnieuw bepaald moet worden. [17]
De undercoverbeelden die Ongehoord maakte bij varkensslachter Westfort in IJsselstein bevestigen de stressvolle omstandigheden waarin varkens aangevoerd worden. Dieren glijden uit over met uitwerpselen besmeurde vloeren van vrachtwagens en laadkleppen, komen oververhit en uitgeput uit de laadruimtes, en vertonen striemen en wonden. Roepen en slaan bij het uitladen is de norm. Transporteurs slaan varkens uit de wagens, werknemers jagen de dieren hardhandig en tegen hoge snelheid de laadbruggen af. Dieren die te zwak zijn om nog op hun poten te staan, worden geduwd of aan de staart getrokken.
We zien hoe een jong kind van een werknemer een dagje mee varkens mag slaan in het slachthuis. Varkens die dood aangetroffen worden in de vrachtwagens worden als afval in kadaverbakken gegooid. Bij het opjagen van de varkens naar de wachthokken ontstaan opstoppingen waarbij dieren tegen elkaar aan botsen en op elkaar springen. De opstoppingen worden ‘opgelost’ door op de varkens in te slaan. Varkens gillen het uit wanneer werknemers aan hun oren trekken bij het nakijken van oormerken.



