Ga naar hoofdinhoud
Zieke en gewonde varkens

Zieke en gewonde varkens

. Omwille van welzijnsredenen dienen ernstig kreupele, zieke en gewonde dieren op het veebedrijf behandeld of gedood te worden, omdat het vervoer naar een slachthuis hen extra lijden zou berokkenen.

Kreupelheid komt regelmatig voor in de varkenshouderij. Van alle dode vleesvarkens die voor onderzoek worden ingezonden bij de GD (Gezondheidsdienst voor Dieren) heeft rond de 10 % bewegingsproblemen. Veel voorkomende oorzaken van kreupelheid zijn gewrichts- en hersenvliesontstekingen, vaak door streptokokkeninfecties.

Staartbijtwonden zijn een veelvoorkomend gedragsprobleem bij vleesvarkens als gevolg van stress in de varkensbedrijven. De wonden kunnen ernstig infecteren waarbij necrose (afsterven van weefsels) kan optreden. WUR schat dat staartbijtwonden voorkomen bij gemiddeld 2,12% van de gespeende biggen en vleesvarkens. In de praktijk bestaat er echter veel variatie tussen bedrijven met betrekking tot het percentage staartwonden. Uit onderzoek bleek dat ongeveer de helft van de varkenshouders aangaf geen varkens met staartbijtwonden op hun bedrijf te hebben.

Rectumprolaps komt het meest voor bij opgroeiende biggen en vleesvarkens. In de literatuur worden verschillen in optreden genoemd van 0,7-15% per koppel. Het gaat om uitstulpingen van de darmen, wat veroorzaakt kan worden door slecht voer en drinkwater, slechte huisvesting en stalklimaat of door ziektekundige oorzaken zoals hoesten, darmontstekingen door bacteriën, virussen en wormen, of ontsteking van blaas, urineleiders en vagina. Rectumprolapsen kunnen ook gerelateerd zijn aan erfelijke gevoeligheid, te laag geboortegewicht en het te kort couperen van staarten. . Andere slachterijen maken keuringsresultaten niet openbaar.

Recentelijk bleek uit gegevens van Belgische en Duitse instanties dat tientallen keren per jaar ernstig zieke dieren worden geëxporteerd naar slachthuizen in België en Duitsland.

Het undercoveronderzoek toont aan hoe ook bij Westfort zieke varkens aangevoerd worden. Op de beelden zien we varkens met ontstoken staartbijtwonden, ernstig kreupele dieren, grote abcessen, ontstoken vaccinatiebulten en open huidwonden. Ook zijn grote navelbreuken en opengebroken navelbreuken gefilmd, waarbij de darmen naar buiten hangen. Het gaat om aandoeningen die niet kunnen ontstaan tijdens het transport, maar reeds geruime tijd aanwezig waren op het veebedrijf (gezien de gevorderde staat van de aandoeningen).

De varkens met gezondheidsproblemen worden bij aankomst van de anderen gescheiden en ondergebracht in een ‘risico-hok’. Dit hok is naast de loskades, waar veel omgevingslawaai en beweging is. In het risico-hok zitten dieren samen uit verschillende transporten. Gedurende de dag worden herhaaldelijk nieuwe dieren bijgeplaatst, wat onrust veroorzaakt. We zien hoe varkens langdurig vechten en hoe een zeug gestrest raakt wanneer ze lastiggevallen wordt door een beer. De dieren moeten urenlang in het risico-hok verblijven. Ze worden aan het eind van de werkdag geslacht (na de gezonde varkens) om te voorkomen dat pus of darminhoud uit navelbreuken de slachtlijn bevuilt. Wanneer het moment van slacht aanbreekt, wordt de groep gescheiden: varkens met abcessen en navelbreuken zijn eerst aan de beurt, dieren met staartbijtwonden komen als allerlaatste (omwille van het hoogste risico op bevuiling van de slachtlijn). Het scheiden van de dieren gaat met veel slaan gepaard.