
Leven in een hertenboerderij
Dit blijkt ook uit de praktijk. Hertenboer De Weerd zegt in het Nederlands Dagblad: “Een hert wordt nooit tam. Hinden die buiten lopen, lijken rustig, maar ze raken al in paniek als ik een onverwachte beweging maak. Vangen lukt eigenlijk het beste met een verdovingsgeweer.” [7]
De leefomstandigheden in een hertenboerderij verschillen sterk van een natuurlijk hertenleven. De infrastructuur van een boerderij bestaat uit een aantal omheinde weiden en stallen voor de winter. In de weiden worden 20 tot 25 herten gehouden op 1 hectare, meer dan 200 keer kleiner dan hun natuurlijke leefgebieden. [8]
Bij de stallen is ook een behandelingsruimte die uitgerust is met een ‘hertendwang’ of ‘hertencrush’. Dit is een installatie waarin de dieren vastgeklemd worden tussen 2 wanden. Omdat herten wilde dieren zijn, is het niet mogelijk om zonder fixatie veterinaire handelingen op hen uit te voeren, zoals bijvoorbeeld bloedafnames of ontworming. De crush wordt ook gebruikt om onder andere dekbokken te fixeren voor het afzagen van hun gewei. [9] [10]
Vrouwelijke fokherten bevallen in mei-juni van een kalf. Moeders en kalfjes brengen de zomerperiode samen door in een weide. In het najaar, wanneer de kalfjes 4-5 maanden oud zijn, worden ze van de moeders gescheiden, hoewel ze van nature twee jaar bij hun moeder zouden blijven. De kalveren worden samen in een nieuwe groep geplaatst om op te groeien tot de leeftijd van anderhalf jaar. Dan wordt een deel van de vrouwelijke kalveren geselecteerd als nieuwe fokmoeder, het merendeel van de kalvergroep wordt gedood voor hun vlees. Moederdieren worden ongeveer 7 jaar gebruikt voor de fok. [11] [12]


