
Het leven van een konijn
4 hoofdstukken · ± 9 min lezen
Gepubliceerd op
· Laatst bijgewerkt op
Waar is gefilmd
8 locaties
19 december 2011 publiceerde Ongehoord een undercoveronderzoek naar de konijnenhouderij in Nederland. De beelden zijn schrikbarend. De dieren zitten met duizenden opeengepakt in kooien. Ze hebben wonden, tumoren, vergroeiingen, gebroken ledematen, hersenontsteking, diarree en andere aandoeningen. Op alle onderzochte bedrijven lagen dode dieren tussen de levende. Ongehoord onderzocht een kleine 10% van de konijnenhouderijen. Bij de woordvoerders van de industrie werden de slechtste omstandigheden vastgelegd. Bij een boer met het Beter Leven Kenmerk van de Dierenbescherming werden de konijnen onder dezelfde omstandigheden vetgemest.
Op de pagina's hieronder vind je de resultaten van het onderzoek. Daarnaast vind je er nieuwsartikelen en bronmateriaal over konijnen en de konijnenindustrie in Nederland.

Hoofdstuk 1 / 4
Het natuurlijke leven van een konijn
Een van de meest voorkomende zoogdieren in Nederland is het konijn. Het diertje is niet alleen leuk om te zien maar ook essentieel voor het Nederlandse landschap. Zonder konijnen zouden de duinen en de Veluwe er heel anders uitzien. Het konijn is een strikte vegetariër, de kleinst voorkomende grazer in Nederland. Ze leven van een grote variatie aan plantaardig voedsel, onder andere grassen, kruiden, knollen, boomschors en akkergewassen. Hiermee houden ze de begroeiing kort waardoor er heel veel andere dieren en planten, waaronder beschermde soorten, kunnen bestaan. Verlaten konijnenholen zijn in trek bij verschillende vogels voor het leggen van hun eieren.
Konijnen, herkauwers? Wist je dat konijnen er de gewoonte op nahouden om hun eigen keutels op te eten? Dit omdat het verteren van grassen zwaar voor de maag is. Een koe heeft er dan ook 4 magen voor. Konijnen pakken dit dus slim aan door gewoon alles twee keer te eten...
In het wild leven konijnen altijd in groepsverband en zijn dus sociale dieren. De groepen bestaan altijd uit meer vrouwen (voedsters) dan uit mannen (rammelaars). Konijnen hebben een strikte rangorde. Bij alfa-mannen kan het zelfs zo ver gaan dat ze babykonijnen doodbijten op het moment dat ze niet zeker weten dat het hun eigen kinderen zijn.
Communicatie, leefgroepen en verspreiding
Konijnen zijn stille dieren. Ze communiceren gevaar aan elkaar door met hun achterpoten op de grond te stampen. Het enige geluid dat konijnen kunnen maken, is gillen; dit doen ze wanneer ze bang of gewond zijn. Wanneer konijnen rennen, kun je de onderkant van hun staart zien; deze is wit, waardoor groepsgenoten elkaar makkelijk kunnen volgen in de schemering. In het territorium van het konijn staat het hol centraal. Konijnen gaan nooit ver van hun hol weg; hoe verder van het hol, hoe schuwer konijnen worden. Konijnen graven enorme gangenstelsels van wel 3 meter diep en tot 40 meter lang, compleet met kraamkamers. Konijnen kunnen zichzelf heel snel voortplanten, vandaar al die spreekwoorden. Konijnen worden namelijk op jonge leeftijd al vruchtbaar en kunnen zichzelf al na 4 maanden voortplanten. Ze blijven het hele jaar vruchtbaar, maar de meeste jongen worden tussen februari en augustus geboren. Per jaar kan een vrouwtje drie tot zeven worpen krijgen. De voedster onderbreekt zelf 60% van haar zwangerschappen. Zij wordt namelijk meteen na het bevallen gedekt; ook speelt status en voedsel een belangrijke rol voor de voedster om de zwangerschap uit te kunnen dragen.
Na een zwangerschap van 28 tot 32 dagen worden drie tot twaalf jongen geboren. De kraamkamers liggen aan het eind van lange gangen en zijn bedekt met zacht materiaal als mossen en haar dat de moeder uit haar eigen buik trekt. De moeder is maar 5 minuten per dag bij haar jongen om deze te zogen. Door de ingang naar het hol elke keer dicht te maken als ze haar kinderen verlaat, beschermt ze deze tegen andere konijnen en roofdieren. Wilde konijnen kunnen de leeftijd van 9 jaar bereiken. Maar eigenlijk komt dat zelden voor, aangezien het konijn een geliefd prooidier is voor onder andere vogels, vossen en mensen. Eigenlijk gaat het in Nederland sinds 1990 niet goed meer met de konijnenpopulatie. In 1952 introduceerde bacterioloog P. A. Delille de konijnenziekte Myxomatose in Europa. Dit om van de konijnen in zijn achtertuin af te komen. Tot vandaag de dag heeft dit invloed op de konijnenpopulatie van heel Europa. In andere delen van de wereld werd deze bacterie met opzet verspreid om de kans op een konijnenplaag te verminderen. Een andere ziekte die hier ook voor wordt gebruikt, is VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom). Deze twee ziektes hebben de konijnenpopulatie in Nederland zo sterk teruggedrongen dat in 2007 de Zoogdiervereniging de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aanraadde om konijnen op de lijst van beschermde diersoorten te plaatsen. Dit is niet gebeurd omdat de populatie licht aan het stijgen was en er niet gejaagd mag worden op dieren die op de rode lijst staan.

Hoofdstuk 2 / 4
Het leven van een konijn in de industrie
Het leven van vleeskonijnen staat in schril contrast met dat van hun soortgenoten die als huisdier worden gehouden, laat staan met dat van konijnen in de natuur. Alle 300.000 konijnen in de Nederlandse vleesindustrie zitten in draadgazen kooien. Ze zullen nooit vers gras eten en nooit een holletje graven. Het onderzoeksteam legde konijnen vast die van de vacht van een dode soortgenoot graasden, alsof de haren gras waren. Ook probeerden de levende konijnen te graven in het lichaam van dode dieren. Een pasgeboren konijntje verliest al snel broertjes of zusjes. De konijnenhouder maakt de kleinste baby's dood door hun nek te breken, dit zijn de zogenoemde eendagskonijntjes. De konijnenhouder maakt zo alle nesten even groot. De konijnen blijven een maand bij hun moeder. Daarna worden ze bij hun moeder weggehaald en vetgemest. Een konijn in de vleesindustrie heeft een kans van een op vijf om voortijdig te sterven aan ziektes, wonden en ontstekingen, maar gaat sowieso na 11 weken op transport naar het slachthuis. Een moederkonijn, de voedster, zit alleen in een draadgazen kooi met haar kinderen. Juist voedsters hebben veel last van ziektes en stereotyp gedrag. Dit komt doordat ze veel langer in de draadgazen kooi leeft. Een voedster wordt na een jaar doodgemaakt, of eerder als ze niet genoeg jongen krijgt of ziek wordt. Als de voedster het een jaar volhoudt in de industrie, heeft ze 7 tot 8 nesten gehad, met gemiddeld 10 baby's. Vlak nadat de voedster is bevallen, wordt ze weer bevrucht. Ze wordt dan voor een of twee dagen afgesloten van haar kinderen door de klep van de nestbak te sluiten. Dit gebeurt omdat ze dan “willig” wordt, ze wil gedekt worden. Natuurlijk zorgt het sluiten van de klep voor stress bij zowel moeder als kinderen. De meeste voedsters worden door middel van kunstmatige inseminatie bevrucht. Ze worden daarvoor vaak met hun hoofd naar beneden in een stukje PVC-buis gedaan en met een inseminatie-rietje of pistool bevrucht. Konijnen hebben een sprong-ovulatie, alleen als ze gedekt worden door een ram komt er een eicel vrij. Daarom krijgen ze bij de inseminatie ook een injectie om de ei-sprong te stimuleren. Vervolgens zijn de voedsters een maand zwanger.


Transport
Als de konijnen de slachtleeftijd bereikt hebben, worden ze in kratten gestopt en ingeladen in een vrachtwagen die ze naar het slachthuis vervoert. Omdat in Nederland geen slachthuis meer bestaat voor konijnen, gaan de meeste konijnen naar België of Frankrijk. Dit betekent lange transporttijden, sowieso omdat de vrachtwagen langs meerdere fokkerijen moet om de vrachtwagen vol te krijgen. Het transport is een bron van stress en kan verwondingen opleveren. De sector geeft zelf aan dat er eigenlijk weinig kennis is over hoe konijnen het beste vervoerd kunnen worden.
Slacht
Aangekomen bij het slachthuis moeten de konijnen weer worden uitgeladen. Ook dit levert stress op. Hierna worden de konijnen geëlectrocuteerd en met haken opgehangen aan hun hielen. Vervolgens worden ze in hun hals gestoken om te ver bloedden.

Hoofdstuk 3 / 4
Een zieke industrie
Bij konijnen komen hoge scores voor ongerief voor. Deze worden vooral veroorzaakt door houderijcondities… De individuele huisvesting van voedsters en de kooibodems zijn belangrijke bronnen van ongerief bij commerciële konijnen. - Rapport Animal Sciences Group, ‘Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten’, 2009
Het onderzoeksteam kwam uiteenlopende ziektes en gedragsproblemen tegen. Het leven van een vleeskonijn verschilt in alle opzichten van dat van een konijn in de natuur, omdat het aan geen van zijn natuurlijke behoeftes voldoet. Dit zorgt voor veel frustratie en verveling, wat kan leiden tot zelfbeschadigend gedrag. Ziektes komen vaak voor als gevolg van benarde leefomstandigheden. Een gemiddeld bedrijf heeft 900 voedsters en enkele duizenden vleeskonijnen; als er een konijn ziek is, kan er nooit voldoende zorg en aandacht gegeven worden aan het individuele dier. Het onderzoeksteam vond op alle bezochte plekken dan ook zieke, verwonde of dode konijnen in de kooien.
Stereotiep gedrag
Konijnen worden vrijwel altijd in draadgazen kooien gehuisvest. Deze zijn bijna altijd te laag en klein, bovendien worden de dieren dicht op elkaar gehouden. Hierdoor zijn ze niet in staat hun natuurlijke gedrag uit te oefenen zoals huppelen, op hun achterpoten staan, rennen, languit liggen en knagen. De kooien leiden tot verveling, frustratie en stress, hetgeen zich uit in stereotiep gedrag. Stereotiep gedrag is het herhalen van dezelfde lichaamsbewegingen of handelingen. Voorbeelden hiervan zijn knagen aan gaas, bijten in elkaars oren, het eten van haar of het heen en weer schudden van het hoofd. Konijnen zijn van nature groepsdieren. Alleen de vleeskonijnen worden in groepen gehouden. De voedsters, moederdieren, zitten alleen of met hun kinderen, nooit met leeftijdsgenoten. Ook de eenzaamheid veroorzaakt bij deze dieren stereotiep gedrag. In veel stallen trof het onderzoeksteam kooiverrijking aan in de vorm van een klein blokje hout. Ook in de kooien met verrijking zijn konijnen gevonden die aan de kooi aan het knagen waren of verwond waren door toedoen van andere konijnen.
Pootaandoeningen
Doordat konijnen in draadgazen kooien worden gehouden, hebben de voedsters

vaak last van verwondingen aan hun voeten. Kale plekken, eeltknobbels en wonden zijn veelvoorkomend. Voor vleeskonijnen geldt dit in mindere mate, omdat ze al na drie maanden geslacht worden en de aandoeningen zich vaak pas later voordoen. Soms zijn er in de kooien van de voedsters plastic matjes gelegd. Uit verschillend onderzoek blijkt echter dat ook hiermee voetzoolaandoeningen niet voorkomen worden.
Spijsverteringsstoornissen
Veel konijnen hebben problemen met hun spijsvertering, als gevolg van virusinfecties of ontsteking van de darmen. Een oorzaak hiervan kan de voeding zijn; deze is namelijk samengesteld voor een snelle groei. Darmontsteking doet zich met name voor bij jonge vleeskonijnen, na het spenen, en voedsters. Een veelvoorkomende kwaal is diarree, wat kan wijzen op darmontsteking, maar ook door stress kan komen.
Luchtwegaandoeningen
Veel onderzochte stallen waren stoffig en hingen vol met spinnenwebben. Bij een slechte luchtkwaliteit hebben de konijnen moeite met ademhalen en zijn ze eerder vatbaar voor infecties. Dit geldt met name voor voedsters en wat oudere vleeskonijnen. Het is een belangrijke oorzaak van sterfte.
Sterfte
Het sterftecijfer in de konijnenhouderij is erg hoog. De industrie gebruikt verbloemende woorden als ‘uitval’ en ‘vervanging’. Een op de vijf geboren jongen is al dood nog voordat het de slachtleeftijd van 3 maanden heeft bereikt. Twaalf procent van de jongen sterft nog voor het spenen, vaak door het breken van het nekje door de konijnenhouder. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat zwakkere konijntjes later voor meer kosten zorgen. In de industrie worden voedsters meteen geïnsemineerd, zwanger gemaakt, nadat ze zijn bevallen van hun nest en nog aan het zogen zijn. Hierdoor zijn ze zwak en sterven door ziekte, door energiearm voer of ze worden gedood omdat ze te weinig jongen baren.

Hoofdstuk 4 / 4
Regelgeving en keurmerken
Binnen de EU bestaan er geen specifieke regels voor de commerciële vleeskonijnenhouderij. In 2006 zijn er Nederlandse welzijnsnormen voor de commerciële vleeskonijnenhouderij opgesteld, vooral door de sector zelf. De normen bepalen de inrichting en de grootte van de kooien. De zogenoemde Welzijnsverordening is pas in 2016 volledig van kracht. In 2011 moet de helft van de regels in praktijk zijn gebracht. De voornaamste veranderingen bestaan uit het vergroten van de kooien, het aanbrengen van kooiverrijking en het installeren van een plateautje waardoor moeders zich kunnen afzonderen van hun kinderen.

In Nederland is er één konijnenhouderij die het Beter Leven kenmerk heeft gekregen, de stal van Frans Köhlen in Kelpen-Oler. Niet alle stallen van deze fokkerij zien er echter zo rooskleurig uit als voorgeschoteld in de media. Het merendeel van de konijnen op deze boerderij wordt nog steeds in reguliere stallen gehouden.
Wat kun je doen?
Deel dit onderzoek met je omgeving.
Verder onderzoek
Andere onderzoeken naar dezelfde dieren en dezelfde industrie.
Konijnen het haasjeRond kerst 2023 heeft Ongehoord onderzoek gedaan naar de koploper van de Belgische konijnenindustrie. Bij Konzo in Hoogstraten trof het onderzoeksteam veel zieke en dode konijnen aan in zogenaamde “diervriendelijke parkhuisvesting”. Met verborgen camera werd gefilmd hoe konijnen aan hun vacht, oren en poten uit de parkkooien gepakt worden. Zaakvoerder Yves De Bie, die het dierenwelzijn in zijn fokkerij regelmatig roemt, werd betrapt op het gooien met konijnen.
Dierenleed stapelt zich op in Beter Leven slachthuisBij kippenslachter Plukon in Blokker zien NVWA-inspecteurs tientallen dieren met grote, open wonden en bloedende, ontwrichte vleugels. De kippen liggen onder een machine die de transportbakken afstapelt. Het apparaat wordt door Plukon aangeprezen als dierenwelzijnsverbetering. In werkelijkheid doen zich met de regelmaat van de klok ongelukken voor.
NVWA trad nauwelijks op tegen misstanden bij koeientransportNa een kort leven in de melkindustrie, zijn koeien uitgeput, hun lichaam is uitgemolken. De zwangerschappen en het intensief melken eisen hun tol. Ze hinken op drie poten het slachthuis binnen, met open wonden aan hun uiers, met abcessen aan hun klauwen en opgezwollen gewrichten. Hoewel verboden, staat de NVWA het transport van deze zieke dieren grotendeels toe.