
Konijnen het haasje
3 hoofdstukken · ± 8 min lezen
Gepubliceerd op
· Laatst bijgewerkt op
Waar is gefilmd
1 locatie
Onderzoek naar diervriendelijke parkkooien
Rond kerst 2023 heeft Ongehoord onderzoek gedaan naar de koploper van de Belgische konijnenindustrie. Bij Konzo in Hoogstraten trof het onderzoeksteam veel zieke en dode konijnen aan in zogenoemde “diervriendelijke parkhuisvesting”. Met verborgen camera werd gefilmd hoe konijnen aan hun vacht, oren en poten uit de parkkooien gepakt worden. Zaakvoerder Yves De Bie, die het dierenwelzijn in zijn fokkerij regelmatig roemt, werd betrapt op het gooien met konijnen.

Hoofdstuk 1 / 3
Natuurlijk leven
Wilde konijnen hebben een voorkeur voor zanderig, heuvelachtig terrein, met struiken en bosjes, waar ze holen kunnen graven en voedsel vinden. Een familiegroep konijnen woont in een konijnenburcht, een geheel van ondergrondse tunnels, zogenoemde konijnenpijpen, en kamers waarin ze nestelen en slapen. Een burcht ligt tot drie meter diep, de totaallengte van de gangen kan ruim 40 meter zijn. In hun burcht voelen de dieren zich veilig voor roofdieren. Rond de burcht is het territorium van de dieren 0,25 tot 6 hectare groot.
Overdag verblijven konijnen in hun burcht, bij schemering en 's nachts gaan ze op zoek naar voedsel. Ze eten grassen en kruiden, loten van jonge struikjes en boompjes, en akkergewassen. In de winter schakelen ze over op bast.
Een konijnengroep bestaat uit 2 tot 10 volwassen dieren (voornamelijk vrouwtjes) en hun kinderen. Er is een duidelijke rangorde, waarbij dominante dieren meer voedsel, betere schuilplaatsen en betere nestplaatsen krijgen. De rangordes in bestaande groepen worden geleidelijk gevormd tijdens het opgroeien van de dieren, waardoor er geen overmatige agressie optreedt.
Mannelijke jonge konijnen en ongeveer de helft van de vrouwtjes verlaten de groep voordat ze volwassen zijn. Zij vormen weer nieuwe stabiele groepen. Het vormen van de rangorde binnen een nieuwe groep gaat wel gepaard met vechtpartijen; daarna treedt nog weinig agressie op. Wanneer een groep te sterk aangroeit, kan opnieuw agressie voorkomen.
Het voortplantingsseizoen van wilde konijnen loopt van begin februari tot eind juli, met een piek in april en mei. Het vrouwtje kan jaarlijks 4 tot 6 nesten van gemiddeld 5 jongen krijgen. Zwangere moeders graven kraampijpen van 1 tot 2 meter lang die uitmonden in een aparte nestkamer. Hierin wordt een nest gebouwd met gras, mos en haren van de moeder. De toegang van de kraampijp wordt dichtgestopt met aarde om de jongen te beschermen tegen kou en roofdieren. De moeder markeert de toegang ook met urine, waardoor andere konijnen de nestkamer niet zullen ingaan.
De eerste 2 à 3 weken na de geboorte bezoekt de moeder het nest 1 keer per dag om de jongen te zogen. Als een jong uit het nest kruipt, draagt de moeder het jong nooit terug naar het nest. Dit is bij wilde konijnen geen probleem: als een jong uit het nest kruipt, rolt het vanzelf terug in het nest omdat de kraampijp schuin omlaag loopt. Na elk bezoek aan haar nest stopt het moederkonijn de ingang weer dicht met aarde.
Een konijn kan in het wild tot 9 jaar oud worden, maar de gemiddelde leeftijd ligt op 2 jaar. Als prooidier heeft het konijn veel natuurlijke vijanden, waaronder hermelijn, wezel, bunzing, vos, uil, havik en valk. Andere belangrijke doodsoorzaken bij wilde konijnen zijn honden, de jacht, het verkeer, de landbouw (maaimachines) en ziekte.
Konijnen kunnen in gevangenschap twaalf jaar oud worden, maar in de vleesindustrie worden ze geslacht op de leeftijd van 10 weken.

Hoofdstuk 2 / 3
Onderzoek naar Konzo, koploper Belgische konijnenhouderij
Om een representatief beeld te krijgen van de Belgische konijnensector onderzocht Ongehoord de grootste en bekendste konijnenfokkerij van het land.
Konzo, de konijnenfokkerij van Yves De Bie, houdt ruim 20.000 konijnen op 2 locaties.[5] Het bedrijf ontving de afgelopen 2 jaar ruim 14.000 euro aan Europese en Vlaamse overheidssubsidies `).[6][7] Hun grootste en modernste locatie ligt in Hoogstraten. De konijnen worden er gehouden in door De Bie ontworpen parkkooien, waarmee hij een innovatieprijs won van de Boerenbond.[8] Op het populaire VLAM-foodplatform “Lekker van bij ons” wordt fokkerij Konzo getoond als representatief voorbeeld van de Belgische konijnenhouderij.[9] De Bie claimt dat ‘dierenwelzijn steeds voorop staat in zijn bedrijf’.[10] Ongehoord toont aan dat de reclame-uitingen van Konzo in schril contrast staan met de werkelijkheid.
Konzo levert jaarlijks ruim 105.000 konijnen aan Lonki, een konijnenslachterij in Temse.[11] Van daaruit belandt het vlees in de Belgische supermarkten waar het verkocht wordt als “Parkkonijn”, een label waarmee de konijnensector vertrouwen en diervriendelijkheid wil uitstralen naar consumenten.[12]
Een onderzoeksteam bezocht in december 2023 drie keer de fokkerij van De Bie in Hoogstraten om er de leefomstandigheden van de konijnen te filmen. Ook werden verborgen camera’s geplaatst om te onderzoeken hoe België’s diervriendelijkste fokker achter de schermen omgaat met dieren.
Moederdieren
In de afdeling waar moederdieren hun jongen werpen en zogen, filmde Ongehoord moeders met kale plekken in hun vacht, jongen die diarree hebben, verlamd zijn of dood liggen. Moederkonijnen worden niet in parkhuisvesting gehouden, maar in individuele kraamkooien.
Hoewel natuurlijk seksueel gedrag door dierenwelzijnsexperten erkend wordt als een essentiële behoefte van dieren, worden moederkonijnen bij Konzo kunstmatig geïnsemineerd. Dit is tegenwoordig standaardpraktijk in de konijnenindustrie. Doordat de dieren in grote productiegroepen worden gehouden, is natuurlijke dekking omwille van praktische en economische redenen niet meer mogelijk.[13]
Een moederkonijn heeft in een fokkerij weinig rust. Om de zes weken wordt ze geïnsemineerd. Ongehoord kon filmen hoe de inseminator van kooi naar kooi gaat. Moeders worden aan hun staart uit de kooi getild. Een inseminatiepistool wordt in hun geslachtsdeel geduwd om sperma in te brengen. Daarna wordt het dier aan de staart terug in de kooi getild.
Ongeveer 30 dagen later bevalt ze van gemiddeld 10 baby's. Een tiental dagen na de bevalling wordt ze opnieuw geïnsemineerd. Dit resulteert in 8 zwangerschappen en 80 kinderen in een jaar tijd. Volgens de bedrijfsfilosofie van De Bie ‘moet de stal altijd goed vol zitten om de inkomsten op niveau te houden’.[14]
Het onderzoeksteam fotografeerde een kalender waarop het aantal doden in de kraamkooien werd bijgehouden. Wekelijks leggen gemiddeld een zevental konijnen het loodje. Uit vakliteratuur is bekend dat moederkonijnen überhaupt geen lang leven beschoren zijn in de industrie. Gemiddeld wordt een moeder een jaar gebruikt voor de fok, daarna wordt ze afgevoerd naar het slachthuis. Redenen voor afvoer zijn onvoldoende vruchtbaarheid (mislukte inseminaties of te kleine nesten en veel doodgeboren jongen), blessures, abcessen, uierontstekingen of algemene slechte conditie.[15]
Vleeskonijnen
Als de jonge konijnen vijf weken oud zijn, worden ze van hun moeder gescheiden. Jongen uit verschillende nesten komen dan met een dertigtal leeftijdsgenoten samen te zitten in een groepskooi, de zogenoemde ‘parkhuisvesting’. In deze parkkooien worden de dieren in vijf weken tijd vetgemest voor de slacht.
Ongehoord filmde in de parkkooien van Konzo veel zwakke, zieke en dode konijnen. Uit de administratie van de fokker bleek dat er elke dag meerdere konijnen sterven. Op piekdagen liep de sterfte in deze afdeling op tot wel 40 dode konijnen op 1 dag.
Mishandeling voor transport
Na 10 weken zijn de vleeskonijnen op slachtgewicht. Met verborgen camera filmde Ongehoord hoe de dieren uit de kooien verzameld worden voor transport naar de slachterij. Bij het leeghalen van de stal wordt veel geweld gebruikt, zowel door personeel als door zaakvoerder De Bie.
Konijnen worden aan hun vacht, oren, poten en hoofd uit de parkkooien gepakt, vaak met twee dieren tegelijk. De paniek is groot bij de dieren, we zien hoe ze proberen te ontkomen. Konijnen die gebreken vertonen, worden opzij gegooid in een kooi; de andere konijnen worden op elkaar gegooid in een kar. Dit is stressvol, pijnlijk, en houdt risico in op letsels, zowel voor de konijnen waarmee gegooid wordt als voor de dieren in de kar die vallende konijnen bovenop zich krijgen.
Volle karren met konijnen worden naar de uitgang van de stal gereden. Daar worden de dieren opnieuw aan gevoelige lichaamsdelen opgetild om hen in transportkratten te plaatsen.

Hoofdstuk 3 / 3
Belgische konijnensector
Naast Konzo zijn er nog een veertiental professionele konijnenfokkers in België, voornamelijk in Vlaanderen. Met de Belgische en Vlaamse wetgeving rond parkhuisvesting claimt de sector koploper te zijn in dierenwelzijn. De parkkooien zijn sinds 2016 verplicht voor vleeskonijnen (leeftijd: 5 weken tot slacht) en vanaf 2025 ook voor moederkonijnen. Via subsidieregelingen kan de sector een aanzienlijk deel van de kosten voor ombouw naar “diervriendelijke parkhuisvesting” doorschuiven naar de belastingbetaler.[16]
Uit vakliteratuur blijkt echter dat parkkooien konijnen geen goed leven garanderen en dat de gefilmde misstanden bij Konzo geen incidenten zijn.
Ziektes en sterfte
De diervriendelijkere plastic kooibodems in parken bleken in de praktijk nieuwe hygiëneproblemen met zich mee te brengen. De plastic bodems raken sneller vervuild dan de vroegere draadgazen bodems omdat de mest niet goed door de gaten valt. Plastic roosters raken bovendien beschadigd omdat konijnen eraan knagen. Ziektekiemen hopen zich op in de beschadigingen, wat grondig reinigen en ontsmetten van kooien bemoeilijkt. Door de gebrekkige hygiëne in de parkkooien verspreiden gevaarlijke konijnenziektes zoals coccidiose en dikkebuikenziekte zich sneller.[17]
Hoewel elke fokkerij een bedrijfsdierenarts heeft en de konijnen niet bedreigd zijn door roofdieren, jagers, landbouwmachines, voedselschaarste of slechte weersomstandigheden, ligt de sterfte in de Belgische konijnensector schrikbarend hoog. 20 tot 25% van de dieren overlijdt in de fokkerijen. De omschakeling naar parkhuisvesting heeft hierin geen verbetering gebracht.[18]
Agressie bij moeders in groep
Momenteel worden moederdieren nog individueel gehuisvest. Vanaf 2025 is het wettelijk verplicht om ook de moederdieren in groepsparken te houden. Wetenschappers waarschuwen nu al voor de risico's van groepsparken voor moeders.
Hoewel konijnen nood hebben aan sociaal contact met soortgenoten, is bekend dat moederkonijnen zich in groepskooien erg agressief opstellen, vooral rond de periode van de bevalling en de eerste weken na de geboorte. Dit heeft te maken met het gebrek aan ruimte in een park, waardoor de dieren elkaar moeilijk kunnen ontwijken. Er breken vechtpartijen uit waarbij konijnen gewond raken of zelfs sterven.[19][20]
Landbouwinstituut ILVO onderzocht mogelijkheden voor semi-groepshuisvesting waarbij moederkonijnen in individuele kraamkooien bevallen en pas enkele weken later overgaan naar groepshuisvesting. ILVO geeft aan dat de agressieproblemen niet opgelost zijn met semi-groepshuisvesting. In elk proefopzet zagen de onderzoekers nog veel verwondingen, zowel bij moederkonijnen als bij hun jongen.[21]
Conclusie: stop de konijnenindustrie
In tegenstelling tot wat VLAM, de konijnenindustrie en de supermarkten in reclame-uitingen beweren, kunnen konijnen nauwelijks natuurlijk gedrag vertonen in parkkooien. In de plastic bodems kunnen de dieren geen holen graven. De ruimte per vleeskonijn is in een parkkooi beperkt tot 800 cm², wat overeenkomt met anderhalf A-viertje. In de kooi ligt een kort stukje PVC-buis voor 30 konijnen: het veehouderij-alternatief voor de meterslange ondergrondse tunnels waarin hun wilde soortgenoten schuilen. De herhaaldelijke kunstmatige inseminaties van moederdieren zijn op geen enkele manier ‘natuurlijk’ te noemen. Het vangen, laden en transporteren van grote groepen slachtrijpe konijnen kan niet diervriendelijk gebeuren. Werknemers onder tijdsdruk hebben geen andere mogelijkheid dan de dieren met geweld uit de kooien te trekken. Het oppakken aan gevoelige lichaamsdelen en het gooien met konijnen resulteert onvermijdelijk in letsels en breuken.
Het onderzoek van Ongehoord toont aan dat moderne kooien en strengere welzijnswetgeving het dierenleed in de konijnenhouderij niet kunnen stoppen. Alleen door de konijnensector te saneren, kan dierenleed voorkomen worden.
Wat kun je doen?
Deel dit onderzoek met je omgeving.
Bronnen
15 bronnen
Sectorbron 6Wetenschappelijke publicatie 5Belangenorganisatie 1Officieel document 1Overig 2
- 1
- 2↩1
[Konijn](Waarnemingen.be waarnemingen.be/species/409) (waarnemingen.be)
- 3
- 4↩1
Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten. Wageningen UR (2009)
- 5↩2
- 6↩2
Europese Landbouwsteun (belpa.be)
- 7
- 8
- 9
- 10↩2
Dierenwelzijn staat bij ons steeds voorop. Boer & tuinder (2020)
- 11
- 12↩2
Parkkonijn met gegarandeerde origine. Slachterij Lonki
- 13↩2
Quickscan informatieset Convenant Dierwaardige Veehouderij. Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht (2022)
- 14↩2
Dossier diervriendelijke huisvesting van konijnen. Boerenbond, Management & Techniek (2014)
- 15↩2
Technische handleiding konijnenfokkerij. Hycole (2019)
Verder onderzoek
Andere onderzoeken naar dezelfde dieren en dezelfde industrie.
Het leven van een konijnVlak voor kerst publiceerde Ongehoord haar onderzoek naar Nederlandse konijnenfokkers. Veel konijnen hadden pootaandoeningen, hersenafwijkingen en aangevroten oren. De Beter Leven-boer verloor later zijn keurmerk.
Dierenleed stapelt zich op in Beter Leven slachthuisBij kippenslachter Plukon in Blokker zien NVWA-inspecteurs tientallen dieren met grote, open wonden en bloedende, ontwrichte vleugels. De kippen liggen onder een machine die de transportbakken afstapelt. Het apparaat wordt door Plukon aangeprezen als dierenwelzijnsverbetering. In werkelijkheid doen zich met de regelmaat van de klok ongelukken voor.
NVWA trad nauwelijks op tegen misstanden bij koeientransportNa een kort leven in de melkindustrie, zijn koeien uitgeput, hun lichaam is uitgemolken. De zwangerschappen en het intensief melken eisen hun tol. Ze hinken op drie poten het slachthuis binnen, met open wonden aan hun uiers, met abcessen aan hun klauwen en opgezwollen gewrichten. Hoewel verboden, staat de NVWA het transport van deze zieke dieren grotendeels toe.