
De dood van een kip
4 hoofdstukken
Gepubliceerd op
· Laatst bijgewerkt op
Waar is gefilmd
2 locaties
Onderzoek naar Nederlandse pluimveeslachters
Ongehoord publiceerde begin 2020 een uitgebreid onderzoek naar kippenslachthuizen nadat ze eerder al onderzoek heeft uitgevoerd naar de levensomstandigheden van vleeskuikens (2013) en leghennen (2017). In Nederlandse slachthuizen worden op jaarbasis ruim 605 miljoen vleeskuikens en bijna 18 miljoen leghennen gedood.[1] Het slachten van kippen gaat gepaard met ernstige welzijnsproblemen zoals vang- en transportletsels, bewegingsbeperking, honger, dorst, hittestress, pijnlijke bedwelmingsmethoden en grote aantallen dieren die bij bewustzijn geslacht worden.
Nederland telt vijftien grote kippenslachterijen die gespecialiseerd zijn in het slachten van vleeskuikens. Daarnaast is er slachterij Remkes uit Epe die voornamelijk uitgelegde vleeskuikenmoederdieren slacht en W. van der Meer in Dronryp die uitgelegde leghennen slacht (hennen die eieren leggen voor menselijke consumptie). Gezien de beperkte slachtcapaciteit voor uitgelegde leghennen in Nederland worden veel leghennen levend op transport gezet naar buitenlandse slachthuizen, vooral naar België dat twee slachthuizen voor leghennen telt. Er is ook een stijgende trend om uitgelegde leghennen in Polen te laten slachten, waardoor meer en meer dieren blootgesteld zijn aan bijkomende welzijnsproblemen gerelateerd aan langeafstandstransporten.[2]
Ongehoord heeft naast literatuuronderzoek ook undercover onderzoek uitgevoerd bij W. van der Meer en zonen BV. Hier komen leghennen terecht die ‘opgebruikt’ zijn in de eierindustrie. Na anderhalf jaar eieren leggen vermindert de eierproductie van leghennen, is hun gezondheidstoestand verzwakt en zijn ze voor de eierboer niet langer rendabel. De dieren worden als ‘restproduct’ afgevoerd naar slachthuizen om verwerkt te worden tot goedkope soepkippen. Bij W. van der Meer worden circa 28.000 uitgelegde leghennen per werkdag geslacht, waaronder veel dieren met het biologisch EKO-keurmerk en het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming (zowel 1, 2 als 3 sterren). De jaarproductie van het bedrijf ligt op 6 miljoen soepkippen.[3]

Natuurlijk kippenleven
De voorouder van de huidige legkippen en vleeskuikens is de Rode Kamhoen, ook gekend onder de naam Bankivahoen. Rode kamhoenen komen tegenwoordig nog voor in Zuid-Oost Azië, in gebieden met lage bossages, donkere dichtbegroeide jungle of bamboebossen, waar de dieren voldoende beschutting vinden tegen predatoren. Omdat de Rode Kamhoen zo schuw is, zijn er weinig studies gedaan naar het gedrag van deze soort onder natuurlijke omstandigheden.
Wel is er heel wat onderzoek gedaan naar kippen in semi-natuurlijke omstandigheden, zoals het onderzoek van Collias (1996) die kamhoenen bestudeerde in de dierentuin van San Diego. Ander bekend onderzoek is van Dawkins (1989), die het gedrag bestudeerde van gedurende vele generaties verwilderde kippen. Als gedomesticeerde kippen worden losgelaten in het wild, blijken ze gedrag te vertonen dat sterk vergelijkbaar is met dat van de Rode Kamhoen.[4]
Onder (semi-)natuurlijke omstandigheden leven kippen samen in groepjes van 4 tot 30 individuen. De grootte van het leefgebied van een groep is afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel, en van natuurlijke begroeiing die kan dienen als slaap- en schuilplaats voor predatoren. Volgens Collias is het leefgebied van een groep kamhoenen 5 hectare groot.[5] Studies met populaties verwilderde kippen tonen leefgebieden van 0,5 hectare. Ter vergelijking: een leghen in een verrijkte kooi heeft net iets meer dan een A4’tje ruimte, een scharrelhen net geen twee A4’tjes.
Binnen een groep kippen is er één dominante haan, die in het algemeen ook de meeste eieren bevrucht. Zowel tussen hanen onderling als tussen hennen onderling bestaat een sterke hiërarchie (pikorde) die bij hennen (niet bij hanen) gedurende opeenvolgende jaren uiterst stabiel blijkt. Tussen hennen in een groep bestaan ook vriendschapsbanden. De dieren zijn in staat empathie te ervaren ten opzichte van soortgenoten. Hennen reageren bijvoorbeeld sterk wanneer hun kuikens stress ervaren. Onderzoekers die het gedrag van kippen bestudeerden, stelden fysiologische en gedragsveranderingen vast bij moederhennen wiens kuikentjes blootgesteld werden aan kunstmatige windstoten.[6]
Kippen communiceren met elkaar door middel van vele soorten vocalisaties. De Duitse onderzoeker Erich Bäumer heeft jarenlang kippengeluiden bestudeerd en onderscheidde daarbij minstens 30 verschillende vocalisaties, zoals bijvoorbeeld zacht getok om aan te geven dat er voedsel beschikbaar is, een luide kakel om te vertellen dat er een ei gelegd is, kreten van eenzaamheid en hoge ‘trr-trr’-geluidjes bij jonge kuikens die van de moeder gescheiden worden, angstig gekakel wanneer er gevaar dreigt en triomfantelijke kakels wanneer het gevaar geweken is.[7]Voor het ontstaan en in stand houden van een hiërarchie binnen de groep is het belangrijk dat de kippen elkaar kunnen herkennen. Kippen kunnen tot circa 100 soortgenoten individueel herkennen. Nieuwe dieren in een groep verstoren de pikorde, die dan opnieuw bepaald zal moeten worden door vechtpartijen. Wanneer kippen gedwongen zijn samen te leven met duizenden soortgenoten (zoals het geval is in de reguliere en biologische pluimveehouderij) is een natuurlijke pikorde niet meer mogelijk.
Kippen hebben een vast 24-uursritme: in de ochtend gaan ze voedsel zoeken, rond het middaguur wordt er een stofbad genomen en wordt het verenkleed verzorgd. Het stofbaden dient om overtollig vet en parasieten (bijvoorbeeld luizen) te verwijderen, en helpt op warmere dagen ook om af te koelen. Kippen voelen zich goed bij temperaturen tussen 12 en 25 graden. Bij hogere temperaturen worden ze inactief, houden ze de vleugels op afstand van het lijf, ademen ze met de bek open en gaan ze stofbaden om af te koelen. Van lage temperaturen, regen en wind houden ze ook niet. Bij slechte weersomstandigheden zoeken ze beschutting. Onderzoek wees uit dat kippen, ook in houderijsystemen met buitenloop waar afdakjes voorzien zijn, een sterke voorkeur hebben om te schuilen tussen bomen en natuurlijke begroeiing.[8]
Wanneer het verenkleed opgepoetst is, volgt een tweede uitgebreide ronde van voedsel zoeken. Voedsel zoeken en eten beheerst het grootste deel van hun dag. Tijdens het voedsel zoeken schrapen kippen op een kenmerkende manier met de poot over de grond en pikken vervolgens naar eetbare ingrediënten (scharrelen). Onder natuurlijke en semi-natuurlijke omstandigheden zijn kippen 60 tot 90% van hun tijd bezig met voedselgedrag. Net zoals bij vele andere diersoorten is het zoeken naar voedsel voor kippen ook een manier om de omgeving te exploreren. Omdat dit essentieel is om te overleven, blijft de motivatie om voedsel te zoeken in stand, ook bij kippen in de veehouderij.
Als de avond valt gaan de kippen slapen. In de natuur slapen kippen op een tak in een boom, waar ze veilig zijn voor roofdieren. Vandaar dat gedomesticeerde leghennen voor het slapen in een stal een zitstok gebruiken die zich op een hoogte bevindt. (Vleeskuikens zijn niet meer in staat om te slapen op een zitstok omwille van hun onevenwichtige lichaamsbouw door jarenlange genetische selectie). Kippen bezitten de bijzondere eigenschap om tegelijkertijd te kunnen slapen en waken. Omdat het ene oog verbonden is met hun ene hersenhelft en het andere oog met de andere hersenhelft, kunnen ze met 1 oog open slapen. De ene hersenhelft slaapt, de andere hersenhelft blijft actief. Zo kunnen ze op hun hoede blijven voor roofdieren en andere gevaren.[9]
Net zoals de meeste vogelsoorten kennen kippen een broedseizoen. Onder natuurlijke omstandigheden zal een hen een tiental eieren leggen, die ze vervolgens gaat uitbroeden. Wanneer het uitbroeden van het eerste legsel mislukt, kan er een tweede legsel volgen. Op jaarbasis legt de hen maximaal 20 eieren, heel wat minder dan haar soortgenoten in de eierindustrie die jaarlijks meer dan 300 eieren moeten produceren.[10]
Na een twintigtal dagen komen de kuikens uit het ei. De hen leert hen voedsel zoeken, een geschikte slaapplaats uitkiezen en stofbaden. Ook leert de hen haar kuikens wanneer er gevaar dreigt (predatoren) en welke gedragingen hierbij moeten worden uitgevoerd. In gevaarlijke situaties zullen de dieren ofwel wegrennen en dekking zoeken, ofwel ‘freezen’. Freezen betekent verstijven van angst. Wanneer een roofdier een kip vangt die verstijfd is en hierdoor de indruk wekt dood te zijn, verliest het roofdier zijn interesse en is de kans groot dat de aanval stopgezet wordt.
Na het broedseizoen, wanneer de dagen beginnen te korten, breekt de ruiperiode aan. In de ruiperiode leggen kippen geen eieren. Ruien is een natuurlijk proces bij vogels, waarbij de oude veren vervangen worden door nieuwe. Tijdens het ruien verliezen de kippen veren en vertonen ze kale plekken. Kaalheid door ruien heeft niets te maken met de kaalheid die kippen vaak vertonen in de veehouderij ten gevolge van verenpikken. Verenpikken is, net als kannibalisme en cloacapikken, een gedragsstoornis die bij kippen in natuurlijke omstandigheden niet voorkomt. Deze gedragsproblemen zijn een wijdverspreid probleem in de pluimveehouderij (ook in biologische bedrijven).[11]
Kippen zijn zeer intelligente dieren. Zo leerden onderzoekers kippen aan om enkele minuten naar een touchscreen te pikken zodat ze meer eten kregen dan wanneer ze meteen naar het voedsel pikten.[12] Ook hebben kippen het vermogen om het voortbestaan van objecten te begrijpen. Deze eigenschap houdt in dat iemand begrijpt dat een object blijft bestaan, ook als het object uit het zicht wordt weggehaald. Mensenbaby's ontwikkelen dit begrip pas na 6 tot 7 maanden.[13] De hersengebieden van kippen voor cognitieve functies zoals lange termijngeheugen en probleemoplossend vermogen vertonen grote gelijkenissen met de menselijke hersenen. Op een aantal vlakken is het cognitieve vermogen van kippen sterker ontwikkeld dan dat van honden en katten en zelfs sommige primaten.[14]
Wilde boshoenen worden 2 tot 3 jaar oud. Gedomesticeerde leghennen kunnen, mits goede zorgen in een geschikte leefomgeving, tot 10 jaar oud worden. Leghennen die gebruikt worden in de eierindustrie, zowel regulier als biologisch, worden geslacht op de leeftijd van 19 à 21 maanden. Reguliere vleeskuikens worden geslacht op een gemiddelde leeftijd van 42 dagen (ook wel “plofkip” genoemd). Vleeskuikens onder Beter Leven certificering van de Dierenbescherming (1, 2 en 3 sterren) gaan naar de slacht op de leeftijd van 56 dagen en biologische vleeskuikens op de leeftijd van 81 dagen.
Overige bronnen: Advies RDA 2006/06. Natuurlijk gedrag van legkippen en vleeskuikens; p. 14-24[15]

Lijdensweg van stal naar slachthuis
Voordat kippen naar het slachthuis vervoerd worden, krijgen ze niets te eten om hun maag en krop leeg te maken. Dit heeft als doel vervuiling van transportkratten en van karkassen aan de slachtlijn te verminderen. Doorgaans krijgen de dieren een laatste voerbeurt op de ochtend van de dag dat ze naar het slachthuis vervoerd zullen worden (het vervoeren gebeurt ’s avonds). Soms wordt deze voerbeurt niet gegeven en hebben de dieren de avond voorafgaand aan het vangen voor het laatst voer gehad. Afhankelijk van de transportduur en wachttijden voor het lossen in de slachthuizen kan de duur van de periode van voedseldeprivatie oplopen. Vleeskippen worden maximaal 24 uur nuchter gezet voorafgaand aan het moment van slachten. Bij leghennen ligt de gemiddelde duur op 28 uur.[16]
Het vangen in de stal gebeurt ‘s avonds, wanneer de kippen aan het slapen zijn. Het leegvangen van een kippenstal duurt gemiddeld 2,8 uur en gaat gepaard met veel stress en pijn.[17] De kippen worden aan een poot opgepakt en ondersteboven weggedragen met 3-4 kippen per hand, om hen vervolgens in een transportkrat te proppen. Hierbij kunnen de kippen letsels oplopen.[18]
In onderzoek van WUR (Wageningen University Research) naar vangletsel bij vleeskuikens werden bij 5% van de dieren vleugelbloedingen vastgesteld en bij 2,9% van de dieren vleugeldislocaties (wat betekent dat de botten niet meer op de juiste plaats zitten). Daarnaast werden ook vleugelbreuken (0,1%) en pootdislocaties (0,1%) opgemerkt.[19] Omgerekend naar de ruim 600 miljoen vleeskuikens die jaarlijks in Nederland geslacht worden, gaat het om 30 miljoen kuikens met vleugelbloedingen, meer dan 17 miljoen vleugeldislocaties, 600.000 vleugelbreuken en 600.000 pootdislocaties. Over vangletsel bij leghennen zijn geen cijfers bekend. Volgens EFSA (European Food Safety Authority) is het risico op vangletsel (verwondingen, dislocaties en breuken) bij leghennen groter, omdat zij broze botten hebben (botontkalking) door de enorme calciumvraag tijdens het leggen.[20]
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert steekproefsgewijze vangletsel in pluimveeslachterijen. Wanneer zij bij meer dan 2% van een partij dieren vangletsel vaststellen, kunnen zij overgaan tot handhavingsmaatregelen. Bij de NVWA-controle worden letsels die kleiner zijn dan 3 centimeter echter niet meegeteld.[21]Tijdens de rit naar het slachthuis ervaren kippen stress ten gevolge van de confrontatie met een onbekende omgeving, klimatologische factoren (koude, hitte, luchtvochtigheid), deprivatie van voer en water, dehydratie, trillingen, een hoge bezettingsdichtheid en verwondingen. De mate waarin het dier stress lijdt, wordt mede bepaald door de conditie van het dier (bijvoorbeeld goed bevederde kippen zijn beter beschermd tegen kou en hitte) en door de duur van het transport.[22]Volgens data van de NVWA sterven gemiddeld 0,14 % van de vleeskuikens, en tussen 0,15 en 0,17 % van de leghennen tijdens het transport, wat betekent dat jaarlijks ruim 800.000 dieren dood aankomen in Nederlandse pluimveeslachterijen. In het buitenland ligt dit nog hoger door de lange afstanden. [23][Voor leghennen zijn hiervoor geen data beschikbaar, maar ligt het percentage voor vleeskuikens in slachterijen in Polen en Denemarken net boven de 0,3 % ten opzichte van 0,14 % in Nederland, wat dus meer dan een verdubbeling is.[/annotation']
Bij aankomst in het slachthuis zijn er urenlange wachttijden voordat de kippen geslacht worden. [annotation id="24"] In vleeskuikenslachterijen worden de containers met dieren bij aankomst van de wagens gehaald en in een wachtruimte geplaatst. In slachterijen voor leghennen rijden de vrachtwagens de ontvangstruimte binnen en blijven de kratten met dieren gedurende de hele wachttijd op de vrachtwagen staan.
In onderzoek van WUR uitgevoerd bij leghennenslachterij W. van der Meer, werd vastgesteld dat de vrachtwagens met hennen gemiddeld 2 uur onderweg waren, en vervolgens 8 uur moesten wachten in de ontvangstruimte van de slachterij. Doordat de hennen dicht op elkaar zitten in de kratten (10 tot 15 hennen per krat), raken ze moeilijk warmte kwijt. Hoewel er ventilatoren in de ontvangstruimte waren, werd vastgesteld dat de temperatuur in de kratten een kwart van de wachttijd hoger lag dan 25 graden, wat bij leghennen tot hittestress kan leiden. Het onderzoek werd uitgevoerd in de winterperiode. Voor dieren die in de zomerperiode naar het slachthuis getransporteerd worden, ligt het risico op hittestress veel hoger.[25]
Hittestress kan fataal zijn voor kippen. De dieren hijgen, waardoor de pH van hun bloed verandert. Dit kan hartproblemen opleveren. Ook de lichaamstemperatuur stijgt sterk. De normale lichaamstemperatuur van kippen bevindt zich rond de 41,5 °C; als hun temperatuur tot 44 °C stijgt, overleven ze dit niet.[26]
De pluimveesector weigert om deel te nemen aan het officiële Nederlandse hitteplan inzake diertransporten. De sector blijft vasthouden aan “een eigen hitteprotocol op vrijwillige basis.”[27] In de zomer van 2019 werden door de NVWA pluimveetransporten opgemerkt waarbij 30 tot 40 procent van de dieren gestorven bleek te zijn.
Ook EFSA benoemt hittestress als een ernstig probleem tijdens transport en wachttijden in kippenslachthuizen. In slachthuizen zoals W. van der Meer waar de kratten met kippen tijdens het wachten op de vrachtwagen blijven staan, bestaat bovendien geen mogelijkheid om de dieren wat verluchting te geven door de stapels kratten over een groter oppervlak uit elkaar te zetten. Naast hittestress benoemt EFSA als welzijnsproblemen tijdens de wachttijd: honger, dorst, gebrek aan bewegingsruimte en stress door omgevingslawaai (machines, luidruchtig personeel).[29]
Als de wachttijd verstreken is, wordt de vrachtwagen uitgeladen, wat nog eens 2 uur in beslag neemt. De stapels kratten worden van de wagen getrokken en op een lopende band gezet. Volgens EFSA komt het voor dat kippen tijdens het afladen en verplaatsen van kratten poten, vleugels of kop naar buiten steken, wat resulteert in kwetsuren of verplettering van lichaamsdelen.[30]
Op de undercoverbeelden van W. van der Meer is bovendien te zien hoe een werknemer vrachtwagens met een hogedrukreiniger schoon begint te spuiten, nog voor alle kippen uitgeladen zijn. De dieren die zich nog op de wagen bevinden, krijgen water over zich heen, wat een aantasting is van hun welzijn. Uitgelegde leghennen zijn mager en vaak slecht bevederd, zodat zij geen natuurlijke bescherming hebben tegen het water. In principe mogen vrachtwagens pas gereinigd worden wanneer ze leeg zijn, maar omwille van praktische redenen (tijdwinst en plaatsgebrek in de wachtruimte) wordt het schoonspuiten van nog halfvolle wagens oogluikend toegestaan.

Vergassen, elektrocuten, doodbloeden
In de Nederlandse pluimveeslachterijen worden twee methoden gebruikt om dieren te bedwelmen voor de slacht: vergassing en elektrocutie.
Vergassen
De meeste grote pluimveeslachterijen gebruiken de gasmethode. In sommige slachthuizen worden de containers (met de dieren erin) rechtstreeks op een lopende band geplaatst die hen tot in de gasinstallatie rolt. De dieren worden pas uit de containers gehaald na de bedwelming. Maar in de meeste gevallen (2/3 van alle geslachte kippen in Nederland) worden de containers voorafgaand aan de bedwelming mechanisch omgekanteld om de dieren bij bewustzijn op een lopende band te gooien. Door het toezicht van de NVWA is geconstateerd dat het kantelen van de containers bij diverse slachthuizen op een ruwe manier gebeurt: de dieren vallen naar beneden en komen op elkaar terecht, wat letsels kan veroorzaken. Geschat wordt dat jaarlijks minimaal 13 miljoen dieren hieraan worden blootgesteld. In een adviesrapport van BuRO (Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek) wordt bovendien geconcludeerd dat ook als het kantelen op een voorzichtige manier gebeurt, grote aantallen dieren stress en pijn kunnen ervaren.[31]
De lopende band voert de kippen, al dan niet in containers, door de gasinstallatie. Voor het vergassen wordt CO₂-gas gebruikt. Het inademen van hoge concentraties CO₂-gas (meer dan 40%) veroorzaakt pijnlijke irritatie van de slijmvliezen en verstikkingsverschijnselen, zoals benauwdheid.
De industrie claimt een diervriendelijke vergassingsmethode gevonden te hebben door met een 2-fasen systeem te werken. In de eerste fase van de vergassing wordt een lage CO₂-concentratie van 18-38% toegediend, wat stress en pijn zou beperken. In deze fase raken de kippen reversibel verdoofd (wat betekent dat ze nog wakker kunnen worden). In de tweede fase krijgen de kippen een hoge gasconcentratie (65%) toegediend die tot irreversibele verdoving leidt (een verdoving die tot de dood leidt).
Echter, onderzoek heeft laten zien dat ook bij lage CO₂-concentratie er stress en lijden optreedt, wat zich uit in meer alert gedrag, het schudden van het hoofd en zwaar ademen. Hoe geleidelijk de CO₂ werd verhoogd in de praktijk en hoe lang de blootstelling duurde, had ook een sterk effect op het optreden van stress-signalen. Binnen 30 seconden na blootstelling aan 18-20% CO₂ begonnen kippen hun evenwicht te verliezen en bewusteloos te raken.[32]
Een ander onderzoek van WUR liet zien dat kippen al bij 2,4% CO₂ meer alert werden en het CO₂-gas waarnamen. Vanaf 5,6% werd het ademhalen beïnvloed en vanaf 8,3% begonnen de kippen met hun kop te schudden, wat een duidelijk signaal voor stress is. Vanaf 9,2% begonnen de kippen duidelijk naar lucht te happen en zwaar te ademen. Vanaf 19% CO₂ verloren ze hun evenwicht en raakten bewusteloos.[33]
Elektrisch waterbad
Omwille van commerciële redenen wordt in sommige slachterijen nog steeds gekozen voor het elektrisch waterbad (gasverdoving is per geslachte kip 1 eurocent duurder).[34] Voor deze bedwelmingsmethode worden kippen handmatig uit de kratten getrokken en aan de poten opgehangen aan de slachtlijn.[35] Volgens EFSA kan het handmatig uit de kratten halen resulteren in pijn, kneuzingen en breuken, zeker wanneer werknemers de kippen vastnemen bij de nek, of aan één poot of vleugel.[36]
Bij het ophangen van de kippen wordt gebruikgemaakt van blauw licht, wat in normale omstandigheden een rustgevend effect heeft op de dieren. Toch blijft het ophangen aan de slachtlijn een bijzonder stressvolle gebeurtenis. Bij de ophanging aan de haken wordt druk uitgeoefend op de poten, wat pijn veroorzaakt. Voor kippen die reeds pootproblemen hebben (zoals gewrichtsaandoeningen of letsels opgelopen tijdens het vangen) is het ophangen extra pijnlijk. Het ondersteboven hangen is een onnatuurlijke houding die angst opwekt. 90% van de dieren flappert meteen na het ophangen hevig met de vleugels, als reactie op de stressvolle ervaring. Het flapperen kan leiden tot ontwrichtingen en vleugelbreuken. Ook kunnen kippen met hun geflapper andere kippen verwonden doordat ze dicht naast elkaar hangen.[37]
Als de kippen aan de slachtlijn hangen, worden ze met de kop door een elektrisch geladen zout waterbad gehaald met een snelheid van 9000 individuen per uur.[38] Wanneer een kip net voordat ze kopje onder gaat met de vleugels flappert, kunnen de vleugels in contact komen met het elektrisch geladen water, wat pijnlijke schokken oplevert alvorens het dier bedwelmd is. Pas wanneer het hoofd ondergedompeld is in het bad, kan het dier in een staat van bewusteloosheid raken.[39]
Volgens onderzoeker Gerritzen (WUR) is elektrische waterbadbedwelming te vergelijken met een epileptische aanval. Eerst is er een verkramping van de spieren, de tonische fase. Vervolgens treedt de clonische fase in, waarbij de dieren wild om zich heen beginnen te slaan. In deze fase bestaat wederom het risico dat de dieren vleugel- en botbreuken oplopen.[40]
Een ander ernstig welzijnsprobleem bij het waterbad is dat niet elke kip bedwelmd raakt. Doordat er meerdere kippen tegelijkertijd het waterbad ingaan en de stroom de weg van minste weerstand volgt, krijgen sommige kippen te weinig stroom toegediend. De kippen kunnen door de schok wel fysiek verlamd raken, waardoor het lijkt of ze verdoofd zijn, maar in feite zijn ze nog bij bewustzijn en voelen alles, zonder dat het opgemerkt wordt door slachthuispersoneel of inspecteurs. Ook komt het voor dat kippen hun kop optrekken, waardoor ze het waterbad helemaal niet raken en dus niet verdoofd worden. Volgens EFSA is 5% van de kippen niet effectief bedwelmd bij gebruik van het elektrische waterbad.[41]
In 2006 raakte het elektrische waterbad in Nederland sterk in opspraak naar aanleiding van getuigenissen van ex-keurmeester Breunis. De man vertelde in een tv-programma hoe hij in zijn 33 jaar lange carrière "vaak genoeg gezien heeft dat de dieren nadat ze eigenlijk al dood horen te zijn de kop opbeuren en even rondkijken. Ze hebben alle gruwelijkheden gehad en dan bloeden ze langzaam dood.” Ook kwam aan het licht dat slachterijen systematisch te weinig stroom op het waterbad zetten.[42]
De onthullingen van keurmeester Breunis hebben geleid tot maatschappelijk en politiek debat en tot wetenschappelijk onderzoek van WUR over bedwelmingsmethoden in pluimveeslachthuizen. In 2009 verklaarden staatssecretaris H. Bleker en NEPLUVI (de Nederlandse pluimveeverwerkende industrie) dat waterbadbedwelming zou worden uitgefaseerd in Nederland tegen januari 2011, dit omwille van de ernstige dierenwelzijnsproblematiek die intussen wetenschappelijk aangetoond was. In 2010 kondigden Bleker en NEPLUVI aan dat de uitfasering wat ‘extra tijd’ zou vergen.[43] Anno 2019 wordt het goedkope, maar omstreden waterbad nog steeds gebruikt in enkele Nederlandse pluimveeslachthuizen, onder meer bij W. van der Meer en zonen in Dronryp. Opmerkelijk, aangezien Wytze van der Meer (directeur van het slachthuis) bestuurslid is van NEPLUVI.[44]
Op Europees niveau heeft EFSA de Europese Unie reeds in 2004 geadviseerd om waterbadbedwelming uit te faseren. Bij de opstelling van de Europese VERORDENING (EG) Nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden heeft de Unie de voorschriften voor het waterbad wat aangescherpt, maar het advies om uit te faseren werd niet gevolgd vanwege economische belangen.[45] In veel Europese landen is het waterbad nog steeds de meest gebruikte bedwelmingsmethode voor pluimvee. Zo ook in België, waar de methode in 2017 in opspraak raakte naar aanleiding van onderzoek van de krant ‘Het Laatste Nieuws’. Uit dit onderzoek bleek dat in België jaarlijks 10 miljoen kippen slecht of niet verdoofd uit het waterbad kwamen.[46]
Aansnijden en doodbloeden
In slachthuizen waar gasbedwelming gebruikt wordt, worden de kippen na het bedwelmen opgehangen aan de slachtlijn. Kippen die waterbadverdoving krijgen, worden voorafgaand aan de bedwelming al opgehangen. Via de slachtlijn worden de dieren naar een elektrisch cirkelmes gevoerd. Het mes snijdt in hun hals, waarbij een halsslagader of ader geraakt wordt (het zogenaamde “aansnijden”). Hierna bloeden de kippen uit boven een bloedgoot om vervolgens ondergedompeld te worden in een heet waterbad (57°C) om de veren los te weken. Kippen bij wie de bedwelming niet goed gelukt is, zijn bij bewustzijn wanneer hun hals wordt aangesneden. Het komt ook voor dat het aansnijden mislukt omdat nog bij bewustzijn zijnde kippen hevig flapperen met de vleugels of hun kop intrekken op het moment dat ze langs het mes gaan.[47] Het gevolg is dat ze levend en bij bewustzijn in het hete waterbad terechtkomen waar ze verdrinken.[48]
Na het hete waterbad worden de kippen door een machine automatisch geplukt. Bij leghennen bevinden zich vaak nog eieren in de vagina of cloaca, die handmatig verwijderd moeten worden. Europese wetgeving laat leghennenslachterijen toe de eieren die uit de dode dieren gehaald worden te verhandelen aan fabrikanten van eiproducten voor de voedingsindustrie.[49]
Keurmerken
Naast uitgelegde hennen uit reguliere legbedrijven slacht W. van der Meer biologische leghennen met het EKO-keurmerk, en leghennen met het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming (zowel 1, 2 als 3 sterren).[50][51] Zo worden onder andere uitgelegde hennen van Rondeel[52] en Kipster (beiden 3 sterren Beter Leven) bij W. van der Meer geslacht, en ook de Kipster-hanen (voor de haanburgers van Lidl) komen bij W. van der Meer aan hun einde.[53][54]
Biologische leghennen worden gehouden volgens normen die vastgelegd zijn in biologische wetgeving, wat gecontroleerd wordt door Skal Biocontrole.[55] Met betrekking tot het slachtproces van biologische dieren zijn er geen specifieke voorschriften. Ze worden geslacht volgens de standaard wetgeving (VERORDENING (EG) Nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden), wat inherent gepaard gaat met stress en pijn.
Voor de afzet van uitgelegde biologische leghennen richtte slachterij W. Van der Meer in samenwerking met de Biologische Pluimveehouders Vereniging (BPV) de Biomeerwaardekip-keten op.[56] Het doel van de vereniging is de waardering van afgedankte bio-leghennen te verbeteren: biologische leghennenhouders krijgen in het slachthuis circa 1 euro betaald per dier, terwijl een reguliere leghen 0,78 cent opbrengt.[57] De biologische hennen worden na het slachten verkocht als biologische soepkippen of verwerkt in diverse biologische kippenvleesproducten zoals schnitzels, burgers en nuggets, soepen, ragout, barbecueworstjes, knakworsten en hotdogs.[58]
Ook voor Beter Leven kippen verloopt het slachtproces op dezelfde wijze als voor regulier geslachte kippen. Slachterijen die Beter Leven kippen willen slachten, dienen wel een verklaring ‘verdoofd slachten’ te ondertekenen, wat inhoudt dat zij geen onverdoofde slachtingen mogen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld voor de productie van koosjer vlees. In de criteria met betrekking tot pluimveeslachterijen die gepubliceerd staan op de website van Dierenbescherming/Beter Leven staat te lezen dat ”de dieren zo snel mogelijk doch in elk geval binnen 4 uur worden geslacht.” (Bij W. Van der Meer bedraagt de gemiddelde wachttijd 8 uur). Op het niet naleven van deze regel staan geen sancties, het betreft slechts een “aanbeveling.”[59]
Ook staat in de criteria dat “personeel dat met levende dieren omgaat een dierenwelzijnsopleiding van de Slagers Vak Opleiding (SVO) of gelijkwaardige opleiding met betrekking tot dierenwelzijn voor slachthuispersoneel heeft gevolgd.” Het niet naleven van deze regel wordt bestraft met “uitsluiting”. In een aanvullend document (‘Aanvullende besluiten en interpretaties’) wordt echter verklaard dat omwille van praktische redenen, nieuwe personeelsleden drie maanden mogen werken met levende dieren zonder het Getuigschrift van vakbekwaamheid slachthuispersoneel.[60]
Verder verklaart de Dierenbescherming in haar criteria dat zij “de intentie heeft om de waterbadmethode medio 2017 uit te sluiten.” In het aanvullend document lezen we dat “het vervangen van de waterbadmethode door de 2-fasen CAS methode (vergassing) een zeer grote investering is die niet zomaar kan worden doorgevoerd. De Dierenbescherming is hierover in overleg met de deelnemende slachterijen. Zij geven aan meer tijd nodig te hebben deze wijziging door te voeren. De intentie is nu om de waterbadmethode medio 2018 uit te sluiten.” Eind 2019 is het waterbad nog steeds toegestaan voor kippen die geslacht worden onder Beter Leven-certificering.
Wat kun je doen?
Deel dit onderzoek
Deel dit onderzoek met je omgeving.
Bronnen
59 bronnen
- 1
opendata.cbs.nlGearchiveerd
- 2
Van Niekerk et al (2015). Voer en water tijdens transport van Pluimvee. - Wageningen UR Livestock Research. Rapport 752; p. 4
edepot.wur.nlGearchiveerd
- 3
rda.nlGearchiveerd
- 4
Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten. - Wageningen UR (2009)
edepot.wur.nlGearchiveerd
- 5
Collias N.E. et al (1957) A field study of the red jungle fowl in North-Central India. Condor 69 (4); p. 363
academic.oup.com
- 6
J.L. Edgar et al (2011) Avian maternal response to chick distress. Proceedings Biological sciences 278 (1721); p. 3129-3134
pubmed.ncbi.nlm.nih.govGearchiveerd
- 7
Think of this when you eat Chicken! - The Island
island.lkGearchiveerd
- 8
Think of this when you eat Chicken! - The Island
island.lkGearchiveerd
- 9
Rattenborg N.C. et al (1999) Half-awake tot he risk of predation. Nature 397; p. 397-398
nature.comGearchiveerd
- 10
Agrimatie - informatie over de agrosector. Technisch resultaat leghennenbedrijven.
agrimatie.nlGearchiveerd
- 11
Dossier: Voorkomen van verenpikken. - Wageningen UR.
wur.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 12
Marino L. (2017) Thinking chickens: a review of cognition, emotion, and behavior in the domestic chicken. Animal cognition 20; 127-147
link.springer.comGearchiveerd
- 13
Regolin L. et al. (1995) Perception of partly occluded objects by young chicks. Perception & Psychophysics 57 (7); 971-976
link.springer.comGearchiveerd
- 14
Shanahan M. (2013) Large-scale network organization in the avian forebrain: a connectivity matrix and theoretical analysis. Frontiers in Computational Neuroscience 7 (89); p. 1-17
frontiersin.orgGearchiveerd
- 15
- 16
Niekerk et al (2015) Voer en water tijdens transport van Pluimvee. Wageningen UR Livestock Research. Rapport 752; p. 20
research.wur.nlGearchiveerd
- 17
Niekerk et al (2014) Welzijn van uitgelegde hennen tijdens vangen en vervoer in de winterperiode. Wageningen UR Livestock Research. Rapport 758; p. 28
edepot.wur.nlGearchiveerd
- 18
Jacobs (2014) Kiplekker op weg. Vlaamse Dierenartsenvereniging.
pureportal.ilvo.be
- 19
Gerritzen et al (2019 Letsel en schade bij vleeskuikens als gevolg van vangen, transport en handelingen aan de slachtlijn. Wageningen Livestock Research. Rapport 1107; p. 17 en p. 29
research.wur.nlGearchiveerd
- 20
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2011). Scientific Opinion Concerning the Welfare of Animals during Transport. EFSA Journal; p. 47
- 21
NVWA. K-PL-WLZ-WV-01 bijlage 7, Toelichting vangletseltelling; p. 3
- 22
Niekerk et al (2015) Voer en water tijdens transport van Pluimvee. Wageningen UR Livestock Research. Rapport 752; p. 3
- 23
Advies van BuRO over risico’s pluimveevleesketen. 28-03-2018; p. 31
- 24
Niekerk et al (2015) Voer en water tijdens transport van Pluimvee. Wageningen UR Livestock Research. Rapport 752; p. 20
- 25
Niekerk et al (2014) Welzijn van uitgelegde hennen tijdens vangen en vervoer in de winterperiode. Wageningen UR Livestock Research. Rapport 758; p. 39
- 26
Voorkom hittestress bij uw kippen. ILVO, Pluimveeloket.
- 27
Pluimveesector houdt vast aan eigen hitteprotocol. Boerderij, juni 2019.
- 28
Afgelopen zomer zeker 15.000 varkens en kippen dood door hitte. NRC, september 2019.
- 29
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2019) Slaughter of animals: poultry. EFSA Journal; p35 en p. 38
- 30
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2019) Slaughter of animals: poultry. EFSA Journal; p. 38
- 31
Advies van BuRO over risico’s pluimveevleesketen. 28-03-2018; p. 44
- 32
Gerritzen, M.A. et al (2012) Multistage carbon dioxide gas stunning of broilers. Environment, well-being, and behavior, TBC Poultry Science TBC:1-10, DOI: 10.3382/ps.2012-02551
researchgate.net
- 33
Gerritzen, M. et al. (2007) A note on behavior of poultry exposed to increasing carbon dioxide concentrations. Applied Animal Behaviour Science 108; p. 179-185
dspace.library.uu.nlGearchiveerd
- 34
vilt.be
- 35
Gerritzen. Pluimvee verdoven moet anders. - Dierwelzijn 2009.
edepot.wur.nlGearchiveerd
- 36
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2019) Slaughter of animals: poultry. EFSA Journal; p. 38
efsa.onlinelibrary.wiley.com
- 37
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2019) Slaughter of animals: poultry. EFSA Journal; p. 41-44
- 38
Gerritzen. Pluimvee verdoven moet anders. - Dierwelzijn 2009.
edepot.wur.nlGearchiveerd
- 39
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2019) Slaughter of animals: poultry. EFSA Journal; p. 44
efsa.onlinelibrary.wiley.comGearchiveerd
- 40
Gerritzen. Pluimvee verdoven moet anders. - Dierwelzijn 2009.
edepot.wur.nlGearchiveerd
- 41
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2012) Scientific Opinion on electrical requirements for waterbath equipment applicable for poultry. EFSA Journal; p. 31
efsa.onlinelibrary.wiley.com
- 42
Kippen slecht verdoofd. - Een vandaag, oktober 2006.
eenvandaag.avrotros.nlGearchiveerd
- 43
zoek.officielebekendmakingen.nlGearchiveerd
- 44
nepluvi.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 45
VERORDENING (EG) Nr. 1099/2009. Inleidende tekst, punt 6.
eur-lex.europa.euGearchiveerd
- 46
10 miljoen kippen onverdoofd geslacht. Het Laatste Nieuws, juni 2017.
hln.beGearchiveerd
- 47
EFSA Panel on Animal Health and Welfare (2019) Slaughter of animals: poultry. EFSA Journal; p. 50
efsa.europa.euGearchiveerd
- 48
Kippen slachten. Resource WUR. 1e Jaargang, december 2006; p. 3
pdfslide.netOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 49
favv-afsca.beOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 51
wvandermeer.nlGearchiveerd
- 52
rondeeleieren.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 53
Kipster laat zien hoe de legkippen van Lidl plaatsmaken voor nieuwe. Foodlog, januari 2019.
foodlog.nlGearchiveerd
- 54
Kipster-haantjes aan de slachthaak. Boerderij, september 2017.
boerderij.nl
- 55
- 56
wvandermeer.nlGearchiveerd
- 57
Een heilig geloof in de biologische legkip in Dronryp. Leeuwarder Courant, januari 2019.
lc.nlGearchiveerd
- 58
ekopuur.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 59
BLK criteria pluimveeslachterij. ‘Huidige versie’ (versie 1.1, dd. 01-06-2016 ); p. 2 en p. 2 voetnoot
beterleven.dierenbescherming.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 60
BLK criteria pluimveeslachterij, aanvullende besluiten en interpretaties - aanvullend op versie 1.1, dd. 01-06-2016; p. 3
beterleven.dierenbescherming.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
Verder onderzoek
Andere onderzoeken naar dezelfde dieren en dezelfde industrie.
Dierenleed stapelt zich op in Beter Leven slachthuisBij kippenslachter Plukon in Blokker zien NVWA-inspecteurs tientallen dieren met grote, open wonden en bloedende, ontwrichte vleugels. De kippen liggen onder een machine die de transportbakken afstapelt. Het apparaat wordt door Plukon aangeprezen als dierenwelzijnsverbetering. In werkelijkheid doen zich met de regelmaat van de klok ongelukken voor.
Beter Leven slachthuisDe misstanden in inspectiedocumenten van een Friese kippenslachterij tarten elke verbeelding. We vroegen de gegevens op omdat het bedrijf het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming heeft. Toch noteerde de inspectie meer dan honderd overtredingen. Kippen die bij vol bewustzijn geslacht werden, kippen die uit elkaar getrokken werden, zonder water en eten urenlang in kratten zaten en nog veel meer ernstig dierenleed.
Grootschalige misleiding Beter Leven-keurmerkOnderzoeksgroep Ongehoord heeft bij de Reclame Code Commissie een klacht ingediend tegen reclames voor Beter Leven producten. Volgens Ongehoord liegt de Dierenbescherming over het dierenwelzijn in boerderijen met het keurmerk. Zo hebben de meeste Beter Leven vleeskuikens geen uitloop en krijgen mega-stallen via een administratieve truc toch het keurmerk.